is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar, matte haar dadelijk af. De kinderen had ze maar vroeg naar bed gestuurd: dan had ze tenminste nog een paar uren rust voordat Leen weer thuis kwam.

Ze was erg bleek, wat nog te meer uitkwam door de donkere japon, die ze droeg; haar trekken waren zoo mogelijk nog vermagerd, en slapper dan vroeger; het drooge, blond-bruine haar piekte en warde slordiger dan ooit rond het lange, beenige gezicht.

Het was in het begin van April, een echte April-dag met wisselvallig weer: nü straalde uit klaarblauwen hemel de zon haar kouden schijnsel-lach neer, alles in schrille kleuren zettend, en even later was er — bij plotseling dag-verduisteren - hevige winter-grimmigheid: alles somber onder een dikke, karton-grauwe lucht, waaruit felle, gure vlagen en barre regen, sneeuw- of hagel-buien neersloegen, onbarmhartig teisterend, al wat op aarde was... Tot de bui als een onstuimige horde voorbij gestormd was, en de hemel, als gereinigd, weer diep hard-blauwde.

Ofschoon de ongedurigheid ervan haar telkens nijdig maakte, had Nelly — tot geen ander werk in staat — den geheelen dag naar dit perverse weer zitten kijken. Het was haar een manie geworden: de ontzaglijke wolkgevaarten te beschouwen: brokken weêrslijm — kwaadaardig dik-wit en bruin-grauw — losgeraakt van den grooten voorraad, daar ergens in het verre Noorden, door de milde vroeg-voorjaarsvlagen, en drijvend nu in de bodemlooze blauwe rein-