is toegevoegd aan je favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de steeds wisselende tafereelen. Haar gezicht had een smeekende uitdrukking, als vroeg ze stil, voortdurend, mee te mogen trekken, mee... weg uit dit leven.

Buiten zwak goud-flakker-schijnselde de lantaarn voor het huis. Straffe vlagen bonsden met lange tusschenpoozen nog tegen de ruiten.

Nu en dan stond Nelly op om zich thee te schenken. Maar ze deed het met een weerzin, die alleen haar behoefte aan dien opwekkenden drank overwinnen kon. Het herinnerde haar iederen keer wreed het werkelijke leven.

Want het sprankelende vlammetje onder de trekpot fijn-geel straalde wel vriendelijk als altijd, maar het vulde niet — als vroeger — de kamer met zijn vertrouwelijk stil lichtstemmetje; nietig verloren ging het zwakke schijnsel in de holle donkere ruimte. En telkens met een schrik-schok als voor-'t-eerst zag ze het opnieuw, wanneer ze opstond: het vloerkleed was opgenomen, de schilderden waren van de muren verdwenen; de kamer scheen wel verruimd; gezelligheid kon er niet meer bestaan, deinde — zich onnaspeurbaar oplossend — uit in het groote, kale vertrek. En op eens voelde ze dan weer heviger den wee-machtigen druk van het alleen-zijn. Dan huiverde ze van een niet-physieke kou, een innerlijke ijlte van gevoelens, en was het haar of kort geleden goede vrienden vertrokken waren met zich nemend al de warmte van hun vertrouwelijke geluiden.

Met een slag, waarin ze al het onverbiddelijke van