is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeren met het leven, dat hem rekenschap vroeg, en werkelijk dreigde met hongerdood. En hij kon, hij kon nu niet verder ontvluchten!

Zijn benarde gedachten, in hevigste werking, haalden — öpjammerend in martelende machteloosheid — de onzinnigste voornemens in zijn kop, die hij dan dadelijk weer verwierp.

... Er was geen ontkomen meer mogelijk ... hij moest de ellende verduren.

Er was maar éen uitweg ...

Maar hij dorst niet. Nee, hij dorst niet...

Instinctmatig was hij vandaag zijn gewonen wandelweg niet gegaan: de polder in. God-beware! daar zou hij het nu heelemaal niet kunnen houden, onbeschut op het vlakke tegen de Noord-ooster-vlagen.

Onwillekeurig was hij den dijk opgewandeld.

Voor en achter hem liepen rijen huiswaarts-keerende arbeiders, meest bootwerkers uit de stad, groote, donkere gestalten, de machtige moeheid van een heelen dag zwoegen in de loome, zware cadans van hun gelijkelijk-stappende plompe voeten; op den rug bungelend — tot een bundeltje saamgebonden — de leege broodzak en de tinnen drink-kruik; steengloedrood van velen het gezicht en de grove havelooze kleeren, door het ijzer-erts, waarin zij gewerkt hadden. Sommigen hadden een rooverachtig aanzien: den vilten hoed met neergebogen rand laag op het hoofd gedrukt, de schop of houweel geschouderd. Zoo trokken ze,

9