is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichten der naderende locomotief. Weldra kon hij het hijgend puffen van den stoom en het als-verwoed-rad klikketik-klikketikken van de wielen over de rails al hooren; het schijnsel der lantaarn's werd snel sterker tot verblindend hel... en opeens rettelde in een werveling van overdonderend stampen en dreunen het reuzig gevaarte vlak voorbij.

De grond trilde, zoodat Joost meeschudde, en een oogenblik zat hij — hoe wèl voorbereid — toch ontzet door het geweld; en hij na-voelde nog een lichte vervaardheid van het verblindende licht, dat zijn brein wel scheen binnengedrongen. Versuft staarde hij den trein na, die als-blij fluit-gillende op de stad aanstormde met schijnbaar onverminderde vaart, wild rammelend over los-liggende wissels, onweerstaanbaar zich wringend door plotselinge bochten, met kletter-rettelende geluiden langs lange reeksen stilstaande wagens. Tot langzamerhand het leven verstomde, verzwolgen door 't station, dat als éen donkere massa van gebouwen, scherp begrensd tegen den ijl-helderen nacht-hemel, verrees aan het eind van het breede, leege emplacement, schaars befonkeld met geel-roode lantaarn- en paars-witte boog-lamp-lichten.

... Wat 'n kracht! — meende Joost, nog vol ontzag voor het trein-geweld.

En plotseling stond het hem voor den geest: als hij zich hier eens onder den trein wierp!... Dan was het ineens uit, dan had hij geen zorg meer.