Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn hoed woei af, een ijzige vlaag streek over zijn bezweet hoofd, voer fijn-prikkelend door zijn geheele lichaam.

Hij rilde, maar lachte erom flauwtjes, bitter.

Op eens hoorde hij van verre de wissels kletteren. Zwaar, als moeizaam siste de aanrollende locomotief haar overdadige stoomkracht uit.

Nü, nu ging het gebeuren!...

Hij keerde tot zijn diepste zelf in, perste de lippen samen; zijn leden krampachtig spannend, dwong hij zich te blijven liggen, stijf kneep hij de oogen dicht. De rails rammelden, de grond dreunde. Even keek hij, hij moest kijken. Twee groote schelle licht-oogen, als in stijgende dreiging zich steeds vergrootend, naderden snel... Alle bezinning in hem verbijsterde. Instinktmatig kromp hij samen van angst. Een machtig dreunen en bonken vlak boven hem

Ongestoord ijlde de trein verder, klikketikkend in groeienden haast; in den nacht als een wonderlijke slang met vurige geledingen, een korte roze-lichtende stoom-pluim, wuivend aan den kop....

EINDE.

Sluiten