is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zaterdags — en hoe dikwijls werd 't niet Zondag-mor gen of zelfs -middag? — kwam de boot binnen, en Dinsdags daarop was 't alweer varen. En in die dagen had hij dan nog altijd z'n werk aan boord, kon hij meestal maar een paar uren thuiskomen; ternauwernood tijd genoeg om te eten. Wat hadt je op die manier aan mekaar ? Niks immers, niks ...

't Was een drukke dienst — dat zei Gér....

„Goeie genade" — schrok ze plotseling uit haar gemijmer op. De boel stond er nog nèt zoo! En 't was

al bij achte Hoe was 't mogelijk, dat ze d'r tijd

zoo zat te versuffen!...

Haastig stond ze op met een zwaren zucht, waarmee ze alle ellende en lusteloosheid wel met geweld van zich scheen te zetten. En weldra werd het stille vertrekje ver-ontrust door een kleine, bedrijvige klanken-drukte: het gerekkel van borden en schotels, en het geklitter van messen, vorken en lepels.

Onder het afwasschen — werktuigelijk gedoe van haar handen alleen — begon echter het mijmeren weer.

Gerard was toch een beste jongen; onder al zijn ruwheid school een gevoelig hart...: zij had bijvoorbeeld maar te kikken, en dan ging hij den heelen Zondagmiddag met haar wandelen, terwijl hij-zelf 't toch eigenlijk erg vervelend vond, omdat met zijn been het loopen hem zoo moeilijk viel.... En klagen, als er eens wat weinig eten was of zoo — het gebeurde gelukkig niet dikwijls — deed hij ook nooit.