is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar... ze begréép 'm niet. Ze begreep niet, waar zoo'n jongen plezier in had. Ze was eens mee geweest , hij had haar eens met alle geweld mee willen hebben naar de boot, en toen had ze 't gezien... voor 't éérst. Maar ze wou er nooit weer heen ! Met geen stok kreeg hij er haar weer naar toe. Ze had niet eens in de machine-kamer durven gaan, had alleen even erin gekeken en daar heel heel onderin, in een ruimte, waar je je nauwelijks roeren of wenden kon , in het pikke-donker, daar bracht hij z'n mooie jonge jaren door tusschen al die ontzaggelijke draaiende machines!... Ze ijsde d'r nog van ! Hoe was 't toch in Jezus-naam mogelijk, dat iemand er liefhebberij

in kon hebben Zij begreep 't niet. 'tWas haar

een raadsel, hoe een mensch tot zóoiets komen kon... Dat zoo'n jongen niet veel liever op kantoor.... Maar, o God, de angsten ook, die zij om 'm uitstond, 't Was niet te zeggen! En hij lachte er maar om; hij lachte maar, als zij zoo eens iets zei.... Dat was ook het eenigste, dat haar wel eens van 'm hinderen kon: dat je nooit eens behoorlijk met 'm kon redeneeren over die dingen, dat hij niet begreep de duizend angsten, die zij moest uitstaan. Nee, daarover was nou letterlijk geen goed woord met 'm te praten ... hij lachte maar, of spotte ermee. En... misschien had de jongen ook wel gelijk: 't was misschien ook heel dom van haar bang te zijn, want... 't was wel waar: in al die jaren had hij nog geen lid verlet.