is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de breede armelijke straat, met aan éen kant huizen slechts — minder dompig daardoor, dan de meeste straten in Rotterdam — was 't rumoerig nog. Een nooiteindigende reeks leege sleeperswagens en handkarren trok met helsch-kletterend lawaai voort over de middenstraat, en troepen werkvolk haastten zich over het trottoir naar huis — met bungelend op de log-schokkende ruggen, de leege broodzakjes, saamgebonden met de blikken, soms-hol-rammelende drink-kruiken, geel-glinsterend in de opvolgende lantaarnschijnsels. Zware, gedempte stemmen rad-spraken, onverstaanbaar , hartstochtelijk, en gaven daardoor iets dreigendgeheimzinnigs aan de sombere, grove gestalten.

Gerard had de menschenstroom tégen zich, wat hem het gaan nog meer bemoeilijkte; maar hij ergerde er zich niet aan, was eraan gewoon; en prettigsoezerig na het pas-gebruikte, stevige maal stapte hij door zonder gedachten... bijna aanzienlijk van voorkomen in zijn donkerblauw-cheviot pak met helder-wit boord tusschen al die sjouwers.

't Was een prachtige najaars-avond: bijna geen zuchtje aan de lucht. Een zwak blank licht stond nog breed neer van den ijlen, donker-paars-blauwen hemel; doch hier en daar al boorde een ster haar fijn, zilver-wit tinkel-licht door den allengs-groeienden schemer Ze zouden vlug overloopen — meende Gerard van de aanstaande reis. Glad zee-tje en helder weer..-. 't kon niet beter.