Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Was een prettige gedachte, waarmee voor hem onwillekeurig de zekerheid van weinig en gemakkelijk werk samenging. En opzettelijk hield hij die gedachte hij zich, ze maakte hem stil tevreden hij voelde er een zekere levens-weelde door, een lichte gewaarwording, die bij het minste wederom verdwijnen kon, maar die nu aangenaam zwellen bleef in zijn borst.

Zoo kwam hij op het Stieltjens-plein. 't Scheen minder druk hier nu in de ruimte. Rechts in de verte, achter öp-dampende wolken van stoom en rook, verrees Rotterdam, de oude stad, compacte huizen-wal met hoog er boven de stompe vierkante toren, doezeligviolet tegen den ijl-strakken noorder hemel.

De brug naar de stad was gesloten: in een wijde bocht over het plein, naar de Stieltjens straat stond een onafzienbare rij voertuigen te wachten; de meeste: lange, laag-wielde sleeperswagens met hooge, massive vrachten. De paarden moegewerkt, het schonkige lijf verslapt, dommelden, de pooten strompelig doorgezakt, den kop omlaag. Wezenloos staarden de voerders voor zich uit, de ruggen ingedoken, de handen met de leidsels achteloos tusschen de knieën; sommigen — het oogenblik benuttend om toe te geven aan den overmachtigen druk van moeheid en slaap — lagen languit dwars op de wankelige bok, de beenen hoog opgetrokken, slap over elkaar gevouwen. Maar verder op de Stieltjens-straat was het handelsleven r.og in vollen gang, als zou de nacht niet de minste stoornis

Sluiten