Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen: lichte handkarren, rettelend in losse veeren, en zwaar-krakkelende sleeperswagens kort-schokkend over de hobbelige keien, trokken den stilstaanden stoet voorbij naar andere doeleinden. Rauwe stemmen klonken hier en daar op van werklui, die elkaar herkenden, en in het voorbijgaan een groet of' een grove plagerij riepen. Soms was er plotseling tusschen twee voerlui een heftige ruzie, en braken uit tabak-sapspuwende monden zware woorden los.

Doch, dit alles overstemmend, klonk van achter de aaneengesloten rij kool-zwarte houten loodsen onafgebroken het geweldig lawaai der booten: het geheimzinnige , de-geheele-ruimte-doordringende stil-dreunen van ontlatende veiligheids-kleppen en het vervaarlijk-felle, soms haastig jagende dan weer langzaam, als onder de geheven lasten ingespannen-hijgende sissen der stoomlieren, het plotseling öp-kletteren van zware, af-rollende kettings, het donderen van erts-massa's — uit kantelende bakken in hellende goten gestort — : machtig, hol metaal-geluid, in korrelig ruischen overgaand, even plotseling verdwenen als ontstaan. En er tusschendoor klonk regelmatig het pittige, snelle

klippe-kloppen van eenige kalefater-hamers

't Was een reuzig concert van harde geluiden, al overweldigender bij het naderen. En als norsche machthebbers — streng van lijnen, forsch van vorm — lagen de booten, roerloos, onverstoord, overal om zich heen dichte wolken opjagend van stoom en rook,

Sluiten