is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar al dat schelden Wat had 't noodig?! 'tWas

immers overal wat.

Vóór de loodsen was de drukte 't ergst: kerels reden met lorries in en uit de loodsen, in een wilde vaart de breede, hellende loopplank der „Nikolaas" afkomend; anderen liepen gebukt onder zware zakken in moeilijken sukkeldraf. Het ging alles met uitersten haast, als in een verwoeden wedijver. Donkere gestalten — rossig verlicht door de flauwe schijnsels van walmende olie-pitten, flakkerend heen en weer in de zwakke avondkoelte — bewogen zich aan boord bij de luiken, gaven met vage armgebaren seinen aan den

man bij de lier De laad-boomen, schuin-öpgestrekt

loom-zwaaiden krakend en knarsend van den wal tot midden boven het schip, zware log-schommelende lasten met zich dragend.... Een roep... en de massa verdween snel met een geweldig geraas van ratelende machines en kletterende kettings in de zwart-gapende ruimen; de lieren hol-metalig rammelden dan nog even door, roze-witte stoom-wolken dwarrelden op buiten langs de boorden alles even verhullend, tot ze wegteerden in zichzelf. ... Dan zwaaiden de laadboomen weer terug naar den wal, en begon hetzelfde opnieuw.

Het was de ruwe, gejaagde bedrijvigheid, die gewoonlijk eenige uren voor het vertrek aangetroffen wordt op de kleinere vrachtbooten, in haar korte maar drukke vaart meestal tijd te kort komend.