is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander niet missen, ze hadden elkaar noodig ... 't Was een prachtig samenstel dat wereld-verkeer: net éene groote machine. Hij dreef er een onder-deel van, en daar was hij trotsch op. Hij voelde er zijn zelfbewustheid door groeien.

Omhoog kijkend, zag hij aan een der masten de „vertrekvlag" wapperen: donkerblauw met in het midden een vierkant, wit vak. Een prettig gezicht, die vlag; 't was als 't ware het sein, dat het werk

weer begon Wérken, dat was een goed ding;

hij kon niet niksdoen. Als hij éen dag thuis was, verveelde hij zich al. Hij was altijd blij, als ze maar weer „onder stoom" waren. Hij hield niet van het liggen-aan-de-wal, en als 't niet was om z'n moeder, hoefden ze — wat hèm betrof — de eerste maanden niet in Rotterdam terug te komen. Wat hadt je aan de wal ?... 't Gaf een vuile rommel aan boord, anders niks.

Maar plots brak hij zijn gepeinzen af, ging rechtsaf langs den kade-rand, om, buiten het sjouw-gewoel om, over een tweede, smallere loopplank aan boord te gaan. Daar, op het achterdek, ging hij op den tast verder, stappend over stangen en buizen en stukken hout, over katrollen en stapels touw of staal-draad, alles in een rommel daar maar ruw neergesmeten. Langs den smallen, steilen scheeps-ladder in de „midscheeps" afgedaald, moest hij er haastig voorbij het open luik hinken, om een zware kist, die juist van den wal kwam aanzweven, te ontloopen.