is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opnieuw nog zenuwachtiger, tilde éen voor éen de krachtlooze leden op.

Ten laatste overtuigd richtte hij zich snel op met een vloek, hevig zijn hoofd stootend aan een uitstekend stuk ijzer. Hij voelde het niet. Als een misdadiger,

die onraad hoort, loerde hij om zich heen Had

iemand 't gemerkt?... Maar opeens kromp zijn lichaam in een angst-huiver samen: een lang scherp sissen kwam uit de diepte, en overal om hem heen begon 't te bewegen. Hij stond verbijsterd. Gebeurde er een wonder? Stonden zelfs de doode dingen tegen 'm op? 't Duurde een oogenblik, toen begreep hij: met zijn hoofd had hij de hoofd-kraan opengestooten. — Met éen ruk sloot hij de stoom weer af. Toen stond hij opnieuw roerloos, niet wetend wat te doen, verlamd door schrik.

Zijn gezicht verwrong tot een rampzalige, smeekende uitdrukking. Een wanhoop was over hem gekomen, woog hem zwaar onder in de borst: dat hij hijgde naar adem. Hij voelde een neiging ergens in een donkeren hoek te gaan zitten, en niets meer te doen, nooit meer. Hij wilde vergeten, en vergeten worden ... Wat gaf 'm nu zijn leven nog, nu dit gebeurd was? .. Altoos zou 't 'm bij-blijven, altoos, altoos... Dood .., Gijs dood? Nee, 't was niet waar, 't kon niet...

En hij bukte zich opnieuw, sprak Gijs weer toe, schudde hem heftig aan de armen, gaf hem stooten , als moest hij hem wekken. Tot hij ten laatste weer overtuigd was.

12