is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar ... maar hij had 't zoo niet bedoeld! 't Was... Gijs had hem ook getreiterd!... Hij was toch geen

moordenaar! De menschen moesten dat

Maar de menschen, de menschen... 't waren op eens allen z'n vijanden geworden, ze waren streng, hij was gevaarlijk ... ze zouden 'm gevangen zetten ... hij was hang voor ze, bang, bang!...

Zelfs de dingen vlak bij schenen in het gebeurde mee te leven, hem verschrikt aan te staren, vragend : hoe 't mogelijk was, dattiij dit gedaan had, hij, hij, die anders altijd zoo bedaard zijn eigen weg ging.

Ja, Ja, Ja!... Hoe was 't mogelijk? — kreet 't jammerend in hem op. — Dat vroeg hij zich zelf! Hoe was 't mogelijk!... O God! dat dit niet te herroepen was!

't Duurde heel kort, dit alles, dan kreeg hij zijn kalme bezinning weer. Wat moest hij doen?... Hulphalen?...

Maar met deze gedachte stond plotseling al het vreeselijke van de toekomst voor hem: hij zag zich wantrouwend begluurd van alle kanten door een nieuwsgierige menigte, uitgescholden, nagejouwd, weggevoerd door de politie, opgesloten Zijn moeder ..!

Hij wist niet verder, dacht niet verder. Alleen drong in hem wild, met krankzinnigen angst het verlangen naar onmiddellijk lijfsbehoud: hij moest weg, weg van boord!... Hier zouden ze hem het eerste zoeken.

Met een sprong, een angstigen blik achter zich werpend nog naar het lijk, was hij op den ladder, en rattelend stormde hij naar boven, overhaast als werd hij al nagezeten.