is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de nauwe donkere gang, aan dek, bonkte hij tegen iemand op, die hem woedend wat nariep met een vloek. Maar hij hoorde 't niet: voort-hollend was hij al op het ijzeren dek van de midscheeps. Hij gleed er uit, smakte zwaar neer op zijn linkerheup, maar tegelijk was hij weer op de been, en voort ging het over het achterdek en de smalle loopplank, den wal op. Aan het poortje van het terrein was gelukkig niemand, gejaagd rukte hij het open, en was op straat. Hier voelde hij zich iets vrijer, hier had hij de ruimte, zoodat hij tenminste loopen kon, loopen ...!

En dadelijk sloeg hij weer aan het hollen, waardoor zijn mankheid te sterker uitkwam nu: pasgewijs schokte zijn lichaam hevig heen en weer, slingerend onder het gaan als een schip op ruwe zee, en bij eiken pas sleepte hij het langere been achteraan als was dit telkens aan den grond gekleefd.

De nacht was nu volkomen. Maar de bijna-volle maan — limpide-zilver-witte schijf in den vaal-blauwglanzenden hemel — vulde de Rozestraat geheel met haar straalloos koud-blank licht, waarin de zwakke, rosse schijnsels der lantaarns zich bijna geheel oplosten. Instinktief was Gerard aan den stillen kant der straat gebleven, dicht langs den „Chineeschen muur" voorthollend, het gezicht steeds in een benauwd-jammerlijke plooi, waarmee hij de weinige menschen , die hem tegenkwamen, wel om meelij en hulp scheen te smeeken. Niemand echter versperde hem