is toegevoegd aan uw favorieten.

Samenleving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij stond radeloos, bezorgd hoofdschuddend keek zij op hem neer, ternauwerdood haar tranen bedwingen kunnend.

„O Gütt! O Gött!"—kermde hij, het hoofd wringend tusschen zijn handen.

Op eens drong van beneden, op straat het rumoer van een opgewonden-roepende en hard-loopende menigte tot hen door.

„Daar zijn ze! Daar zijn ze!" — gilde Gerard opspringend in krankzinnigen angst, met wilde oogen rondom zich heen ziende, als werd hij van alle kanten bedreigd.

„Maar jongen, Gé!... Wat is t'r, wat is t'r dan toch?" — jammerde mevrouw Delport, hijgend, wit van angst. Zwakjes schudde ze hem bij een mouw: „Zèg 't me dan toch!... Och-god ..."

Doch hij scheen niet te hooren. De beenen wijd van een, had hij midden in het vertrekje een uitdagende houding aangenomen, de éene hand krampachtig om een stoel-leuning ge-vuist, het hoofd met de verwarde haren flink rechtop. Zwaar adem-halend de angstig-strakke oogen op de deur gericht, luisterde hij gespannen naar een naderend gestommel van vele zware voeten op de trap.

't Duurde even....

Op eens ging de deur wijd open. Het rumoer van de straat golfde plotseling-verhevigd binnen. Op den drempel stonden, met rustige, zelf-bewuste gezagkoppen twee agenten, den uitgang afsluitend met hun breede, krachtige lichamen. Een oogenblik stonden