is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weer moed had gevat, zoodra zij bemerkte, dat zij een levend mensch voor zich had. „Maar je moet toch zorgen, dat je wegkomt, Maren, want de rentmeester is in het bosch!"

„Jasses, jasses!" zei de vrouw verschrikt. „Ja, dan mag ik wel maken, dat ik thuis kom!"

„Heb je dan niet hooren schieten?" vroeg het konijntje.

„Ja welzeker heb ik dat gehoord!"

„Dat zal hij wel geweest zijn."

De oude liet in een breeden grijns haar tandloos tandvleesch zien.

„O nee, hi!" zeide zij en kneep haar eene oog dicht. „Dat zal wel iets hoogers geweest zijn, die daar aan 't nieuwjaarschieten was!"

„Wie kan dat geweest zijn?" vroeg Karen.

„Wie, ja, hm! 't Is niet goed om te veel te weten! De Heer beware viijn tong!"

„Hoor!" zeide het konijntje, ineenkrimpend, toen een uil in een boom boven hun hoofd een scherpen schreeuw liet hooren. „Wat was dat?"

„Dat is maar een uil!" zeide Karen verstandig.

„Dat beteekent ongeluk," zeide Maren Forlis met een deskundig knikje, toen de uil opnieuw een schreeuw gaf, gevolgd door een zonderling gorgelend keelgeluid. „Die voorspelt ongeluk! Die is zoo wijs als 'n mensch!"

„Ze zeggen wel eens, dat jij kunt waarzeggen, Maren!"

„Hi, hi!" grinnikte de oude, „zeggen ze dat, freuletje ? Ja ja, misschien is daar wel wat van aan!"

„Kom nu mee, Baby!"

„We zullen je eens komen opzoeken, en dan moet je ons waarzeggen!" riep Karen nog, terwijl de juffrouw haar meetrok naar huis.

„Ja, kom maar!" antwoordde de oude, bezig met haar takkebosch op haar rug te laden. „Kom jullie maar!" mompelde zij met een boosaardigen blik naar de beide