is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORBERICHT

Er is ongetwijfeld in de laatste jaren eenige herleving merkbaar van de belangstelling voor kerkelijke kunst, die, na het door Thijm en zijnen kring gewekt réveil, zoetjesaan weêr was ingesluimerd. Haar ontwaken gebeurde bij wapengekletter, want de elders al zoo goed als volstreden strijd om het goed recht eener Moderne, begon, op het gebied der kerkelijke kunst, eerst toen algemeen te worden. Lang heeft de strijd niet gewoed: ook uit den mond van vergrijsde combattanten vernam men sedert al woorden van toenadering.

Inderdaad schijnt in de meening der tegenstanders van „moderne" kerkelijke kunst een KENTERING te zijn gekomen — en dus het oogenblik niet ongeschikt, om aandacht te vragen voor een PLEIDOOI, aan de belangen dier kunst gewijd, want waar het strijdrumoer bedaarde, zal er allicht naar rustige uiteenzetting geluisterd worden.

Met het gehoor, dat de pleitredenaar voor zijne zaak mocht hebben gewonnen, was er dan na te gaan hoe een nieuwe opbloei der kerkelijke kunst is voor te bereiden en te verwezenlijken, en daartoe diende in de eerste plaats te worden gesproken over haar geestelijken grondslag, aan welker studie de CHRISTELIJKE IKONOGRAFIE zich wijdt.

Maar vervolgens moest tot het begrijpen, ook van de kerkelijke kunst in haar verschijning, de weg worden gebaand. Er diende dan in de eerste plaats over de „moeder der kunsten" — OVER BOUWKUNST — te worden gehandeld, wat niet geschieden kon, zonder dat