Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is hier het kleine groepje, rechts op den voorgrond, niet uitsluitend een stoffeering, hoogstens een voorwendsel, voor het grootsch geziene, prachtige landschap, is dit niet een hymne aan het stoffelijk schoon alleen, waarin met geen woord van het religieus sujet gerept wordt?

In de literatuur valt hetzelfde verloop waar te nemen. Ik vergelijk b.v. het twaalfd'eeuwsche Jeu d'Adam met Vondels Adam in Ballingschap en Zola's La Faute de l'Abbë Mouret. Het Jeu d'Adam beeldt simpelijk af wat in Genesis (III: i—6) verhaald is1). De listigheid, waarmede de slang Eva verleidt, is eenigszins uitgewerkt, maar voor het zielkundig probleem der wijze, waarop Eva Adam verlokt, was den dichter de lakonische tekst der Openbaring „deditque viro suo qui comedit" blijkbaar voldoende, want, na een eerste aarzeling, is Adam, door geen ander motief dan Eva's woorden ,,De tant tarder tu as grand tort", onmiddellijk overgehaald en antwoordt: „Eh bien, le prendrai". Er is zelfs geen poging gedaan tot psychologische verklaring: Het heilig boek leert wat geschiedde, dit heeft de mysteriedichter het Christenvolk voor oogen te voeren en hij doet het, blijkbaar zonder behoefte te gevoelen aan eenige ver-dieping. Maar als Vondel hetzelfde geval zal schilderen9),

') Zie dit tooneel in Grass' uitgave van het anglonormandisch mysterie Das Adamsspul, s. 15 — 22 (vs. 205—313).

s) Adam in Ballingschap, vs. 1212—1355.

Sluiten