Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II

De christelijke kunst is op de eerste plaats een gedachtekunst. Zij stelt zich wel ten doel de voortbrenging van het schoone, doch alleen om met de schoonheid te bereiken het onderwijzen. Wat de H. Gregorius van de wandschilderingen in de kerken heeft gezegd, dat zij nl. de sprekende boeken zijn, waaruit wie niet lezen kan, verneemt wat hem te weten noodzakelijk is, ditzelfde kan getuigd worden van alle voortbrengselen der christelijke kunst. Beelding eener Leer mag dus haar werking worden genoemd.

Hieruit volgt onmiddellijk, dat zij is een gemeenschapskunst. De christelijke Leer is toch niet het inzicht van een enkele, noch richt zich tot één individu, maar zij is het aan allen gelijkelijk gegeven en door allen gelijkelijk aan te nemen onderricht over het wezen der dingen.

Zoo wordt het dan begrijpelijk, dat de christelijke kunst niet werd geboren uit den scheppenden geest van enkele genieën, maar ontstond uit de verlangens en met de medewerking van heel een volk. Het hart der middeleeuwsche menschen had een sterke aspiratie naar zijn God en die in alle individuen ontkiemde neiging openbaarde zich in hun kunst. De gothieke kathedraal, dat is de samenvatting van heel het menschelijk kunstvermogen, werd gebouwd door de menigte.

Sluiten