Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er zijn ontroerende bizonderheden bekend, die verhalen hoe in die schoone tijden geen mensch tevreden was, vóór hij zijn deel had bijgedragen tot den opbouw eener kerk, die hij beschouwde als een deel van zijn leven, als een deel ook van zijn bezit.

William Morris heeft het fraai en goed gezegd:1) „Well, I myself am just fresh from an out-of-theway part of the country near the end of the navigable Thames, where, within a radius of five miles, are some half-dozen tiny village churches, every one of which is a beautiful work of art, with its own individuality. These are the works of the Thamesside country bumpkins, as you would call us, nothing grander than that...The more you study archaeology the more certain you will become that I am right in this, and that what we have left us of earlier art was made by the unhelped people. Neither you will fail to see that it was made intelligently and with pleasure."

Gij voelt hoe hiermede de christelijke kunst wordt afgescheiden van de klassieke en de moderne, en zich aansluit bij de Egyptische, de Boeddhistische en een deel der Mohamedaansche kunst. En het is ook duidelijk, dat waar tot het verstaan der genoemde materialistische kunsten de zuiver materieele beschouwing, voldoende is, d. w. z. slechts

') Art and the Beauty of the Earth, p. 12.

Sluiten