is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abrahams mantel of in zijn schoot geschikt, beteekenen het eeuwig leven.

Moeten dingen uit de zichtbare wereld worden voorgesteld, de kunstenaar is daartoe in staat zonder landschap- en natuurstudie, zonder een uitvoerigheid, die de aandacht maar zou afleiden

o »

van de hoofdzaak. Concentrische gegolfde lijnen verbeelden den hemel of wolken; evenwijdige lijnen duiden water, de zee of een rivier aan; een stam met twee of drie groote bladeren is een boom en voldoende aanwijzing, dat het tooneel op de aarde is. Een toren met een poort er in zal een stad zijn; een engel, op de tinnen daarvan, bewijst, dat de Stad der Steden, het hemelsch Jerusalem, bedoeld wordt.

Maar ook tot in verdere détails laat dit teekensysteem zich uitwerken. De voornaamste personen, die telkens weer voorkomen in de christelijke kunst, hebben vaste typen. De H. Petrus b.v. heeft krullend haar, een korte baard, boven op het hoofd een tonsuur; Paulus daarentegen is van voren kaal en draagt een langen baard. Joden hebben vast een konischen hoed op.

Moeten voorvallen worden afgebeeld, dan alweer laat deze grammatica zich gelden. Onder het kruis b.v. staan aan Christus' rechterhand deH. Maagden de speerdrager, aan zijn linker de H. Joannes en de sponsdrager.

Het belang van dit hiëroglyfisch karakter der