is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erop bedacht slechts weinige en kleine lichtopeningen aan te brengen, en waar bij ons een hoog en steil-hellend dak tot de noodzakelijkheden behoort, om het ons zoo ruimschoots toebedeelde regenwater gemakkelijk te doen afvloeien, zal men in regen-arme streken zeer-flauw hellende daken vinden, of de terrasvormige afdekking, zooals die in het oosten gebruikelijk is.

Zoozeer zijn wij hiervan overtuigd en zoo sterk leeft in ons bewustzijn de onmisbaarheid van het hooge dak, dat een vlak afgedekte toren, gelijk Berlage dien zette bij zijn Beurs te Amsterdam, ons onmiddellijk den indruk geeft eener anomalie. In het silhouet eener Italiaansche stad, zien wij gaarne zulk eenen stompen toren, maar in Nederland, dat wij zoo door en door als regenland kennen, hindert het ons eenen toren zonder spits te zien.

Gij kunt er gerust op zijn, dat Berlage ook zonder flèche zijn campanile behoorlijk tegen inwatering heeft weten te behoeden, maar aesthetisch is hij daarmede nog niet geheel verantwoord, want de intuïtieve logica van onze oogen doet ons zoeken naar de paraplu, die den klokkestoel droog houdt. Het gaat daarmede, als met het relief van Zijl in de fagade der Nieuwe Beurs. Gij moogt deze naakte mannen en vrouwen als sculptuur mooi of leelijk vinden — vóór alles krijgt ge den indruk, dat zij daar niet behooren en, indien er tenminste