Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wat dit feitelijk beteekent voor de kunst, kunt gij zien als gij van de sobere en gedrukte studentensociëteit op het Janskerkhof te Utrecht, naar het geëlanceerde choor der Domkerk wandelt of, nog sterker, de Nieuwe Beurs van Amsterdam, dien massalen steenklomp, vergelijkt met de rijzige en fijne architectuur van eene Sainte-Chapelle in Parijs, of kathedralen als die van Reims, Amiens, Beauvais.

III

Ter wille van het wezenlijke zijner schepping, d. i. de innerlijke ruimte van zijn gebouw, zagen wij dan den bouwmeester gebonden, — zijne kunst dus onderworpen — aan tal van materieele omstandigheden.

Mij dunkt, dat dit te meer er toe dringt bij de beoordeeling van een bouwwerk nimmer uit het oog te verliezen, dat wat men uitwendig ervan ziet — wanden en daken — geenszins het doel, maar alleen het middel van den kunstenaar was. Het oordeel wordt dan beheerscht door de vraag of dit middel aan het doel beantwoordt, zoowel in oeconomisch als in aesthetisch opzicht, en men komt tot de conclusie, dat de alleen-logische verschijning (vorm) van het uiterlijk van een bouwwerk wordt bepaald door de functie, die het, in elk bepaald geval, heeft te verrichten.

Sluiten