Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de straatkanten uit een gevel, als men het huis op zijn smallen kant ziet, uit een muur met vensters en deuren, wanneer men het van de lange zijde beschouwt. Een kerk, een paleis, een huis hebben hunne buitenmuren, maar die zijn niet anders dan de noodzakelijke veruiterlijking der gesteldheid van de inwendige indeeling, verblijven of constructies". De negentiend'eeuwsche architectuur heeft in dit verwaarloozen van het innig verband tusschen buiten- en binnenaspect haar voornaamste kracht gezocht. Men zou denken aan een opzettelijk streven naar deze anomalie bij de beschouwing van vele onzer groote gebouwen. Moderne winkels, gelijk er thans allerwege verrijzen, met eene uit twee venstergroepen bestaande hoofdindeeling, wekken den indruk slechts ééne verdieping te hebben. Binnen blijkt, dat de vensters ongestoord langs vloeren gaan.

De bedoeling van, laat ik maar zeggen, de „gevelarchitectuur" wordt uit deze voorbeelden duidelijk. Niet langer den spiegel van het innerlijk, maar een gelegenheid tot het aanbrengen van versiering zocht men van de buitenmuren te maken. En zóó machtig heeft deze tendenz gewerkt, dat architecten van zoo verschillende school als de bouwmeesters van het Concertgebouw en den Stadsschouwburg te Amsterdam, die beiden een eenigszins verwante opgaaf hadden uit te voeren, in hunne oplossing

Sluiten