is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Waar het zoo eenvoudig blijkt, in te zien, dat de opvatting der buitenmuren als zelfstandige versieringsvlakken, de gevelarchitectuur, een afwijking van gezonde bouwkunst is, en dit toch als een zoo sterke tendenz in de negentiend'eeuwsche niet-kerkelijke bouwwerken valt waar te nemen, wordt het van belang de oorzaak dezer afwijking op te sporen.

En dan is het niet moeielijk die te vinden in het door den min of meer officiëelen geschiedschrijver der Nederlandsche negentiend'eeuwsche bouwkunst (den architect Muysken in Eene Halve Eeuw) geboekte feit, „dat men, evenals overal, getracht heeft de vormen van alle stijlperioden dienstbaar te maken aan de eischen en behoeften, door de moderne samenleving den bouwmeester gesteld". Inderdaad — eclecticisme is de eenige naam voor de werkzaamheid der onmiddellijk achter ons liggende architectuur, en dit verklaart het straks geconstateerd verschijnsel. Want de gebouwen, die noodig waren om aan de behoeften der hedendaagsche samenleving te voldoen, zijn alle van een vroeger ongekende bestemming. Schouwburgen, concertzalen, beurzen, parlementsgebouwen, winkels, kantoren, woningen — zij vinden in het verleden wel hun naamgenooten, maar niet hun wezenlijk-gelijken. En men moest