is toegevoegd aan je favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de afzonderlijke bouwdeelen aan hun organisch verband, om ze elders in te passen.

De groote ontwikkeling der kunsthistorische studie, die alle mogelijke en onmogelijke bouwwerken uit alle tijdperken in afbeeldingen gemakkelijk onder ieders bereik bracht, vereenvoudigde de taak van den architect verder tot het bijeenzoeken van wat „motieven", die, mutatis mutandis, hier wat gerekt en daar wat ineengedrongen, zoo goed als het ging, op de noodzakelijke constructiedeelen werden aangebracht.

Men voelt, hoe aldus het verband tusschen vorm en inhoud moest te loor gaan: hoe op deze wijze dingen konden ontstaan als de zijmuren van het Stedelijk Museum, die met dichtgemetselde lichtopeningen zijn „versierd". Het bovenlicht der erachter liggende vertrekken maakte vensters overbodig ; de architect wist zonder deze van zijn muur geen „gevel" te maken — blinde ramen lagen dus voor de hand!

Een ander en zeer algemeen voorbeeld van het gebrek aan harmonie tusschen uiterlijk en innerlijk van een gebouw, is het moderne rondboogvenster. Tot het begin dezer eeuw heeft het venster een vorm behouden, die overeenkomt met het wandvlak, dat het doorboort. Was dat, als in den romaanschen bouw, een rondbogige schildmuur, dan was ook de lichtopening gecintreerd; het gothische gewelf met zijne spitsboogschilden wilde, dat ook