is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoende bleken. Voor wie wilde, vielen er dus organismen over te nemen, zonder dat hij ze de pijnlijke bewerking van dis-sectie had te doen ondergaan.

Maar daarenboven, als gezegd, de vormelijke ontleening, het eclecticisme, was bij de beste kerkelijke bouwmeesters minder overwegend dan bij hun voor profane doelen werkende collega's. Ook de kerkelijke architectuur volgde in Nederland dezelfde tendenzen als de buitenlandsche. Maar terwijl geen Nederlansch civiel bouwmeester de gelijke was van zijne beste vakgenooten daarbuiten, — wien zou men b.v. naast een man als Semper kunnen noemen — vond de kerkbouw in Cuypers minstens den pair, wellicht den meerdere van de grootsten der kerkelijke architecten in den vreemde. De lezer heeft reeds begrepen, dat ik ga spreken

sluierd" werd, kan alleen hij volhouden, die — als Mgr. Graaf — het gebruik van jubés tot collegiale kerken beperkt rekent, in tegenstelling met wat de historie leert, die ons het bestaan van oksalen in tal van gewone parochiekerken heeft overgeleverd, in ons land o. a. te Heivoort, Holwierde, Krewerd, Oosterend (oksaal gemaakt in 1554), Renen (midden zestiende), Rotterdam, Tiel (S. Maarten, 1402), Zanddijk, enz., terwijl in tal van andere kerken choorhekken aanwezig waren o. a. te Abcoude, Eemnes-binnen, Kortenhoef, Maarsen, Naarden en Weesp (alle begin zestiende eeuw), Utrecht (S. Jacob, 1566), voorts te Alkmaar, Enkhuizen, (1542), Haarlem (1517), Monnikendam, Oosthuizen (ook alle zestiende-eeuwsch) enz. enz., bij welke laatste meestal zelfs het „altare pro populo" ontbrak — dat trouwens in den regel alleen op zon- en feestdagen gebruikt werd.