Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over wat men wel eens de middeleeuwsche renaissance heeft genoemd, de beweging door Pugin in Engeland, Reichensperger in Duitschland, Lassus in Frankrijk ingeleid, maar door Viollet-le-Duc volkomenst bestuurd, tot terugvoering der bouwkunst naar haar middeleeuwsche banen. Van dezen was uitteraard de laatste, die zich reeds op voorgangers baseeren kon, tot de zuiverste konsekwentiën in staat. Reichensperger bleef het trouwst aan bestaande voorbeelden gebonden — al wijst ook zijn voorkeur voor de vroege Gothiek er op, dat hij wel dacht aan iets als zelfstandige ontwikkeling der oude gegevens — maar Pugin durfde, althans in theorie, reeds verder gaan. Wanneer hij, over spoorwegbouwwerken sprekend, verklaart: „Ik aarzel niette zeggen, dat doorlouter het opgegeven werk tot zijn natuurlijke conclusie te leiden, juist bouwende wat noodig was op de eenvoudigste en stevigste manier — louter constructie, zooals de ouden hun glooiende vestingmuren durfden zetten — zeker tienduizenden ponden zouden zijn gespaard en groote en duurzame bouwwerken voortgebracht", of wanneer hij, over huizenbouw handelend, vooropstelt, dat „onze woningbouw een eigen uitdrukking moet bezitten, gewagend van onze gewoonten en zeden" — dan blijkt hij toch van een andere gezindheid, dan de renaissancist, die in het adapteeren van vormen alle heil ziet.

Sluiten