is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden ten dage vruchten kunne voortbrengen, gelijk het dat in de twaalfde en dertiende eeuw heeft gedaan".

Het valt niet zonder beschaming te herdenken, dat dergelijke dingen vijftig jaar geleden zijn gezegd en in de daarop volgende vijfentwintig jaar voortdurend werden herhaald, met de groote betoogkracht eener zoo cierlijke welsprekendheid als die van Alberdingk Thijm, wiens te zeer verspreide kunsttheoretische beschouwingen den modernen lezer met een groeiende bewondering vervullen.

Het bleef in ons land ook niet bij zeggen: Cuypers maakte daden van zulke woorden. Had hij — naar een zijner biografen verhaalt — bij den aanvang zijner loopbaan een werkkring van verlokkende uitgebreidheid afgewezen, „toen hij meende te bemerken, dat hij zijne artistieke zelfstandigheid zou moeten prijsgeven aan de inzichten van een archeoloog, wiens richting medebracht den architect bij het ontwerpen van kerkelijke gebouwen aan bestaande voorbeelden te binden" — hij is in al zijn werken aan deze fiere opvatting trouw gebleven. Toch is deze artistieke zelfstandigheid nog niet geheel wat wij thans oorspronkelijkheid zouden noemen. En pogende haar verhouding zoowel tot dit moderne begrip als tot de renaissancerichting zijner tijdgenooten te bepalen, meen ik Cuypers'