is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn in onzen tijd een onmogelijkheid geworden. De op het papier gevonden oplossing wordt bij bestek ook voor den bouwmeester bindend verklaard en de uitvoering is dus in hoofdzaak reeds in het gedachtebeeld vastgelegd moeten worden. De taak van den architect is hiermede goeddeels verplaatst van het werk naar de teekentafel. Dit is een enorme verandering en geene verbetering. Nog in de zeventiende eeuw heette een gemeentearchitect: stadssteenhouwer, of stadsmetselaar, en al behoeven wij ons daarom een Hendrik de Keyzer niet voor te stellen met den truffel in de hand, in zooverre was de titel toch in overeenstemming met de functie, dat de man in het vak was opgeleid en, nu hij meester was, toch ook het dagelijksch toezicht hield. In de middeleeuwen ging het evenzoo: Jean de Chelles, die het prachtige zuidportaal der Parijsche Notre-Dame ontwierp, heet: meester-steenhouwer en een vakgenoot van hem, Libergier, is op zijn grafzerk afgebeeld met passer en winkelhaak, dus als iemand, die ook de z. g. uitslagen maakte. Terecht zegt Choisy: „de gothische architect was wel degelijk een eerste werkman; en het samengesteld organisme der werkwijze eischte ook, dat de meester geheel en al het steigerleven meemaakte."

Dit dagelijksch verkeer met de uitvoering van zijn ontwerp, stelde den bouwmeester in de gelegenheid ieder oogenblik te zien, of de werkelijk-