is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geciteerd verslag spreekt van „het bouwen door onbevoegden" als van een bekende grootheid, maar ik betwijfel toch of eenieder aan deze woorden nu ook dadelijk een duidelijke voorstelling verbindt. Een scherper diagnose van het euvel schijnt mij in ieder geval niet overbodig.

Wat „bouwen" is, mag als bekend worden verondersteld. Toch dient opgemerkt, dat het woord in dezen wordt gebezigd niet om het lichamelijk werken (timmeren, metselen enz.) aan te duiden, maar om den arbeid te noemen van hen, die de geestelijke leiders van dit werken zijn. En voor dit opstel voeg ik nog de beperking daarbij, dat ik uitsluitend den kerkbouw op het oog heb, omdat daar, voor mij, de quaestie het belangrijkst, het dringendst ook is.

De misstand, dien ik beoog, is dus deze: dat kerkelijke bouwwerken worden ontworpen door en uitgevoerd onder leiding van „onbevoegden". De vraag rijst: wie zijn dat, die „onbevoegden"? Wel, zou men zeggen, zij, die hun werk slecht doen. Maar men voelt, dat dit een ontwijking is. Want het woord onbevoegd slaat niet zoozeer op het resultaat van iemands werk, als wel op zijn GERECHTIGDHEID er toe.

Den arts, die een patiënt verkeerd behandelt, noemt niemand onbevoegd en de kwakzalver, die denzelfden zieke geneest, is met dien uitslag nog niet bevoegd geworden.