Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En over het zenith dier nieuwe aera, zijn wij reeds heen.

Op een nieuwe ordening der samenleving werden het verlangen der menigte en de macht van den geest weder gericht.

Nu willen wij ook van de kunst, dat zij weer één wordt met dit leven. En de heete adem van dit begeeren verteert langzaam aan de kunst, die niet van het volk, maar de verheuging en zelfverheerlijking van den enkele was.

Dit inzicht is geheel bestaanbaar met een zuivre en oprechte liefde voor het werk van Israëls en Maris en Breitner bij hen, die wakker vechten tegen het „schilderij in gouden lijst".

II

Als een „buitenmatig misverstand" meenen sommige schilders te moeten signaleeren de meening, dat decoratieve schilderkunst alle specifiek picturale elementen zooveel mogelijk behoort te mijden. Het „eigenlijke doel van de schilderkunst" achten zij „meer dan miskend", indien men „in de decoratieve versieringen niet naar schilder-kunst mag streven.1")

En Theo Molkenboer, als hij het heeft over „de

i) ik citeer hier, en doel op, een beschouwing van Theo Molkenboer, verschenen in Van Onzen tijd, jaargang III, blz. 384 vv. Van daaraan verwante opvattingen geeft Huib Luns' lezing over „Christelijke kunst en Rubens" blijk (Van onzen tijd, VIII1, blz. 293 vv. en VIII®, blz. 11 vv.).

Sluiten