is toegevoegd aan uw favorieten.

Van oude en nieuwe kunst

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het heeft er allen schijn van. En daarom volge hoe de portretschilder Veth deze denkbeelden uitnemend heeft geresumeerd:

„ls het niet duidelijk, dat voor den werkelijk architecturaal voelenden schilder de taal der uiting al dadelijk geheel verschillend moet zijn van die van den schilderkunstenaar? Beseft men niet, dat het een gansch andere orde van zaken is, zonder verband met welke omgeving en welke bestemming ook, zich naar onafhankelijken schoonheidslust in het schilderij te uiten, — een andere dan de in een bouwkunstig organisme gezette beelden te schilderen, die de waardigheid van den bouw hebben te verhoogen, zooals zij omgekeerd daarin een steun en grondslag zullen vinden? Want zelfs indien men van dat albeheerschende verband zou willen afzien, moet het duidelijk blijven, hoe elke kunstsoort aan hare direkte bestemming en haar materiaal een eigen karakter ontleent. Of brengt een basrelief niet een andere vormvertolking mee dan een standbeeld? Is het plan voor een mozaïekvloer, zoo maar evengoed voor een waaier versiering te denken? Kan een ontwerp voor een medaille ook wel gevoegelijk voor een doorloopende vaasbeschildering dienst doen? Alleen als men er toe komen wilde, sommige uiterste misbaksels van moderne wankunst te billijken, zou men zulke vragen immers bevestigend kunnen beantwoorden. Sober en zichzelf beheerschend, zal de schilder, die in verband met architectuur heeft te werken, van zelf in zijn figuren veel minder de uiterlijke verschijning der dingen, dan wel hun bouw en samenstel als uitdrukkingsmiddelen gebruiken. De schilder, die op staande wanden werkt, welke hij er op uit is in hun aanblik rustig en vlak te houden, zal uit den aard naar eenvoudige groote lijnen streven, zal in zijn teekening de diepte brengende verkortingen vermijden, zal minder met over elkander schuivende tinten dan wel met meer schematisch naast elkander liggende kleuren werken, en zal er in het belang van een ernstige samenwerking eer toe komen, zachte dan schrille kleuren uit te strijken. Bovendien zal de voorstelling nimmer gedacht kunnen worden, gelijk bij een schilderij, strikt uit één gezichtspunt genomen te zijn, doch het ligt in de rede, dat de op-de-muren-schrijver zijn figuren als in projectie op den wand brengt."