Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En nu begint de edele wedloop van welgezinde parochianen, die, elk met zijn zelf gekozen geschenk, er weldra in slagen der kerk het aspect van goedkoope rijkversierdheid te geven, dat — aandoenlijk blijk van offervaardig geloof als het is — toch niet meer of minder dan de langdurige onmogelijkheid van een mooi geheel beteekent. Wat had er, met dezelfde middelen, indien men den stroom van goedgeefschheid in de bedding van overleg hadde weten te leiden, beters tot stand kunnen komen! Bleef men hier ook aan die andere spreuk getrouw, dat vele kleintjes een groote maken, liet men met geduld de kleine sommen tot een groote wassen, dan zou er langzamerhand aan een goede meubeling en opluistering der kerk begonnen kunnen zijn.

Er wordt zoo vaak verwezen naar de middeleeuwen als het tijdvak, dat der kerkekunst een bijna onbereikbare volkomenheid ten voorbeeld stelt. Voorzeker niet te onrechte. Zou er dan gevaar in schuilen, ook in deze zaak de middeleeuwsche praktijk na te volgen ?...

Ziehier een ware geschiedenis, spelende te Utrecht omstreeks het jaar 1460, waarvoor ik de gegevens ontleen aan de belangrijke reeks archiefstukken over „middeleeuwsche kerksieraden," door dr. G. Brom bijeengebracht1).

l) Archief voor de Gesch. v. h. Aartsb. UtrechtDl. XXVI, blz. 238 v v.

Sluiten