is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selkwesties gestuurd geworden en schenen hem de psychologische analyse en de vergelijkende godsdienst-geschiedenis de geschiktste methode voor de godsdienstphilosophie en de theologie.

Reeds in zijn jeugd had de gemoedelijke, gevoelvolle godsdienstzin der Hernhutters, bij wie hij te Niesky en te Halle eenige jaren doorbracht, een grooten invloed uitgeoefend op zijn karakter, dat zich later in zijn wijsgeerige en theologische opvattingen niet verloochende. Zijn verblijf onder hen, en zijn voorliefde voor de platonische studiën werden zelfs beslissend voor zijn geestesrichting. Tegenover het meer uiterlijke rationalisme en supranaturalisme, keerde hij zich veeleer tot het levendige geloofsbewustzijn in het innerlijke van den mensch.

Ofschoon Schleiermacher het geloof en de wetenschap, de theologie en de philosophie theoretisch scherp van elkander scheidde, wordt zijne geheele theorie toch door zijn wereldbeschouwing gekenmerkt en gekleurd, en kan zonder deze zelfs moeilijk verklaard en begrepen worden. Tot in het jaar 1796, het tijdstip, waarop hij naar Berlijn terugkeerde, waar hem het predikambt aan de Charité en de inrichting der Invaliden werd opgedragen, werd zijn geest en zijn geheele intellectueele ontwikkeling door de theologische „renaissance" en door Kant beheerscht.

Door de studie van Kant had hij bij zichzelf de overtuiging gevestigd, dat de geheele theologie van het rationalisme, — het bewijs voor het bestaan van God, de wetenschappelijke ontwikkeling zijner natuur, van zijn eigenschappen en zijn geschiedenis, — ineengestort was. De postulaten van de Practische Rede beschouwde hij als in strijd met de resultaten van de zuivere Rede; daarentegen stemde hij in met Kant's zienswijze, dat aan de grenzen van alle ervaring, waar de strenge wetenschap stilstaat, de mensch, voor zoover hij een zich voorstellend wezen is, zich uit de diepten zijns gemoeds overtuigingen vormt, die wel niet buiten alle wetten staan, maar toch ook niet van den persoon onafhankelijk zijn. Die wet nu, volgens welke deze overtuigingen gevormd worden, heeft Schleiermacher zijn geheele leven lang overwogen, en daarom is zijn plaats en zijn verhouding in de geschiedenis der wijsbegeerte slechts te verklaren uit zijn houding tegenover Kant. Terwijl deze den godsdienst grondvestte op de zedelijke handeling, liet Schleiermacher hem berusten op het gevoel, den grondslag van alle zieleleven, op het gemoed dat de idee van God niet begrijpt, maar gevoelt.