Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn geloofsgenooten, en stond zij geruimen tijd aan het hoofd der reactie tegen het steeds meer rond zich grijpend rationalisme.

Als een zeer eigenaardige bijzonderheid mogen wij hier wel terloops aanhalen, dat de oude Schleiermacher een huisvriend was van de familie Sethe, voornamelijk bij Bertha Sethe, de nu nog in leven zijnde zuster van de moeder van Ernst Haeckel, den vurigsten voorstander van het hedendaagsche naturalisme en rationalisme. Schleiermacher stierf vier dagen voor de geboorte van Ernst, en van zijn begrafenis keerde Bertha Sethe naar het ziekbed van de moeder terug.

Ware de buste van den theoloog, die reeds gedurende zijn leven in het Sethische huis onder een stolp prijkte, met leven bezield geweest, met welke zonderling blikken zou zij dan neder gezien hebben op dien zuigeling, die zich later als de heftigste bestrijder van alle geloofsphilosophie zou opwerpen!

Veel verder dan Schleiermacher was reeds Jacobi gegaan; diens wijsgeerige opvattingen, waaraan hij een vorm gaf in zijn redegeloof, droegen een veel absoluter karakter dan die van den eerstgenoemde; zoo zelfs dat men hem beschuldigde, het blinde geloof te prediken en de wetenschap te ondermijnen.

Jacobi's wijsgeerige leer was vooral gekant tegen de atheïstische richting der philosophen na Kant. Voor hem was de eenige ware philosophie, die van Spinoza, ofschoon hij nadrukkelijk erkende, dat zij tot fatalisme en atheïsme voerde. De eenige wijze van kennen vond hij in het onmiddellijk weten, in het geloof, de bron van alle zinnelijke en bovenzinnelijke kennis. Iedere wijsgeerige demonstratie voerde, naar zijn meening, tot fatalisme en atheïsme; daarom stelde hij zelfs de paradoxen op, dat een God, die bewezen kon worden, geen God was; — dat het in het belang der wetenschap was, dat er geen God, geen bovennatuurlijk, geen buitenwereldlijk, geen supramundaan wezen bestond.

Jacobi kwam tot deze noodzakelijkheid van het geloof, als bron van alle kennis, door de bewijsvoering, dat iedere zekerheid een andere vereischt om bewezen te kunnen worden, maar dat wij ten slotte aan een allereerste zekerheid moeten komen, die niet bewezen kan, maar als waar aangenomen moet worden. Dit laatste nu is: gelooven.

De leer van Spinoza is, volgens Jacobi, atheïsme, daar de eerste aanneemt, dat de oorzaak der wereld geen persoon is, geen wezen, dat met rede en wil begaafd is en handelt met een bepaald doel voor oogen en dus geen God: en fatalisme, omdat de mensch zijn wil ten onrechte vrij waant.

Sluiten