is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aldus kwam Schelling in scherpe tegenspraak met de geloofsphilosophie van Schleiermacher. Zoo is zijn ontwikkeling der natuur een ontwikkeling van God, en zijn cosmogonie een theogonie. De eenvoudigheid van het absolute wezen is opgeheven en de grond der zonde in God zelf geplaatst. Daarom beschouwde de niet-rationalistische partij het stelsel van Schelling, dat in den laatsten tijd zijns levens ongetwijfeld zijn oorsprong te danken had aan de theosofische neigingen van den wijsgeer, als een poging om de Christelijke Openbaring in philosophie om te zetten.

Zooals van Schelling en Schleiermacher, zoo was Arthur Schopenhauer ook een tijdgenoot van Hegel. Deze voerde het idealisme van Fichte en Schelling tot aan zijn uiterste grens en ontwikkelde de onmiddellijke intellectueele beschouwing van de bepaalde idee tot die van de absolute idee. In iedere idee onderscheidt hij de positieve idee zelf, en haar tegenstelling, die op haar beurt noodzakelijkerwijze in een derde, hoogere idee samengevat zijn.

Op deze wijze vormt zich een onafgebroken aaneenschakeling van ideeën, waarin de minder volmaakte met haar negatie steeds in een meer volmaakte, een meer absolute ligt opgesloten; er treedt in de genesis der ideeën een bepaald intellectueel evolutionisme op den voorgrond, dat in zekeren zin vergeleken kan worden met de ontogenetische en biogenetische ontwikkelingen van kracht en stof in de monistische stelsels van Darwin en Haeckel. Het uitgangspunt ligt in de waarneming die zich ontwikkelt tot gedachte, en deze tot bewustzijn ; door zich te generaliseeren vormt het de rede, die zicli als geest boven het heelal plaatst; de subjectieve geest ontwikkelt zich vervolgens tot gevoel en gewaarwording, — de objectieve geest tot wereldgeest als het beginsel van de particuliere en openbare zedenleer voor individuen en staten, terwijl de absolute geest zich eindelijk ontwikkelt tot kunst, godsdienst en philosophie.

* *

*

Dit was dus het terrein, waarop de wijsbegeerte gevoerd was door de philosophen, die met Schopenhauer opgroeiden, bij wie hij ter school ging, — eenerzijds het kennen door de rede alleen, anderzijds het kennen door geloof en rede; in de eene richting, een geleid worden of gepaard gaan met de christelijke openbaring, die vooraf bepaalde grondbeginselen