is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II.

Schopenhauer's leven.

Ofschoon er maar weinig philosophen aangetroffen worden, uit wier werken men met zooveel nauwkeurigheid den man en zijn karakter kan leeren kennen, meenen wij hier toch niet te kunnen volstaan, zonder ook eenige biografische bijzonderheden mede te deelen omtrent den wijsgeer, die zich op zulk een geheel verschillend terrein bewogen heeft als alle andere denkers van zijn tijd, en wiens vrijmoedig en open karakter en onafhankelijke levensomstandigheden van zoo grooten invloed zijn geweest op de ontwikkeling zijner philosophische opvattingen en leerstellingen.

"Wat zich bij het lezen zijner werken het eerst aan ons voordoet, en wij wel als een zijner voornaamste kenmerkende eigenschappen kunnen beschouwen, is zijn groote oprechtheid, zijn onomwonden, innige goede trouw, die vooral in het helderste daglicht treedt bij zijn strijd tegen de door het Rijk bezoldigde philosophen en „philosophasters", die hij vaak heftig aanvalt en beschuldigt van hun leerstoel „om den broode en om vrouw en kinderen" te draaien naar den wind van een aan deze of gene universiteit heerschende richting.

Hij, de onafhankelijke man, beoefent de philosophie ter wille van de philosophie zelf; hij kent geen invloeden, waaraan hij zich zal onderwerpen om zijn geest bij voorkeur een bepaalde richting in te laten slaan.

Wel is de schrijver niet altijd dezelfde en toont hij nuances die varieeren tusschen idealisme en realisme, zooals de geestdrift en de onstuimigheid der jeugd verschilt van den ernst en de bezadigdheid van den ouderdom, maar zoowel in zijn eerste als in zijn laatste werken bleef zijn geest even helder, zijn oordeel even krachtig, en hijzelf even getrouw op den eenmaal ingeslagen weg voortwandelen. Zijn levensloop en de studie van zijn werken zullen ons dit in de volgende bladzijden duidelijker aantoonen.

De familie Schopenhauer was afkomstig uit Holland. Vermoedelijk hadden zij zich in de zeventiende eeuw van hier naar Dantzig begeven. In een brief aan Frauenstiidt, van 13 Maart 1856, schreef Schopenhauer zelf: „Mijn naam is een hollandsche; wij zijn uit Holland afkomstig; in het Duitsch

2