is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden aangevoerd kunnen worden die deze minder aangename verhoudingen, zooal niet verontschuldigen, dan toch begrijpelijker maken. Haar huwelijk met een man die ongeveer twintig jaren ouder was dan zij zelve, de overheerschende voorliefde voor intellectueele genietingen, die zich duidelijk openbaarden door haar auteursneigingen, de langdurige reizen die zoo ongunstig zijn voor alle huiselijk verkeer, eindelijk de roem harer talenten, die eigenlijk overdreven werd boven haar verdiensten, lokten haar meer naar de glanzende kringen, waar haar echtgenoot haar had geïntroduceerd dan naar den huiselijken haard waar hij haar wachtte.

Toen echter in 1793 de vrije stad Hamburg Pruisisch was geworden, kon Heinrich de vreemde heerschappij niet met zijn fier karakter overeenbrengen, maar verliet onverwijld, binnen vier en twintig uren, de stad, niet echter zonder bijzonder groote financieele schade.

De kleine Arthur was toen vijf jaar oud en vergezelde zijn ouders naar Hamburg. Niet lang daarna, in het jaar 1797, bezochten vader en zoon Frankrijk, waar Heinrich Floris den negenjarigen knaap te Havre bij Gregoire de Blesimare, een zijner vrienden met wien hij handelsrelatiën onderhield, achterliet, om zijn opvoeding te voltooien. Getrouw aan de zucht voor het reizen, die aan vele leden van de familie Schopenhauer ingeboren scheen, had de vader meermalen herhaald, dat „zijn zoon in het groote boek der wereld moest leeren lezen."

De omstandigheid echter dat Arthur in Havre meer Franschman geworden, dan Duitscher gebleven was, zoo zelfs dat hij, na slechts twee jaren op Franschen bodem doorgebracht te hebben, groote moeite ondervond om zich in redelijk Duitsch uit te drukken, en misschien ook wel de ingeboren trek naar het vlottend leven van den reiziger, gaven aanleiding, dat hij weder naar Hamburg in het ouderlijk huis terugkeerde.

Ofschoon hier geheel zijn omgeving niets dan handel ademde en hij middelerwijl gedurende eenige jaren een handelsschool bezocht, ten gevolge waarvan alle gedachten aan meer bepaalde intellectueele ontwikkeling en beoefening der wetenschappen voorloopig van zijn geest verwijderd moesten blijven, begon hij toch een sterke neiging te gevoelen voor een of ander geleerd beroep.

Desondanks scheen de knaap geen bijzondere voorliefde te gevoelen voor de schoolbanken, want toen zijn vader hem de keuze liet, een gymnasium te bezoeken, of met hem een lang-