is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke verscheidenheid van dit temperament berust de platonische tegenstelling tusschen den encolos en den dyscolos, d. w. z. tusschen hem die luchthartig, en hem die zwaarmoedig is. * Bij Schopenhauer meer in het bijzonder moet niet de invloed uit het oog verloren worden, welke de vaderlijke overerving op zijn karakter had uitgeoefend.

Bij zijn terugkomst in Dantzig, waarheen hij zijn moeder vergezeld had, terwijl zijn vader zich naar Hamburg begaf, werd Arthur in de Marienkerk bevestigd, en keerde in het voorjaar van 1805 weder naar Hamburg terug.

Als de nuttigste bagage welke hij van zijn langdurige reis had medegebracht, beschouwde de jonge Schopenhauer de practische levenservaring, die hij daardoor opgedaan had, het aanschouwen van de werkelijkheid der dingen, ontdaan van alle illusies en idealistische vormen, terwijl hij zich maar weinig bekommerde om het verlies aan taalkennis en schoolvakken, waarop de jeugd zich gewoonlijk in de eerste jaren van haar intellectueele ontwikkeling toelegt. Schopenhauer achtte dit van zooveel belang, dat hij niet aarzelde het als een zeer belangrijk feit in zijn eigenhandig geschreven geschiedenis op te teekenen. Daar deze passage zelfs zeer kenmerkend is voor het karakter en de wijsgeerige opvattingen van Schopenhauer, kunnen wij niet nalaten, haar in haar geheel hier weder te geven. l)

„Het valt niet te ontkennen, dat er tengevolge van deze langdurige reis, twee jaren mijner jeugd, waarin men zich

') Ex: „Vitae Curriculo". — .Manifestum quidem est, mihi per illam tam diuturnam peregrinationem, duos juventutis annos, qui alias disciplinis linguisque veterum addiscendis impendi solent, hac utilitate plane vacuos praeterlapsos esse: attamen etiamnunc dubito, annon ex illa peregrinatione fructus aliquis in me redundaverit, amissam illam utilitatem plene compensans, quinimo superans. Illis enim primae pubertatis annis, quibus humanus animus tum omnimodis impressionibus vel maxime patet, tum rerum percipiendarum atque intelligendarum maxime cupidus et curiosus est, mens mea non, uti fieri solet, verbis atque historiis, de rebus, quarum omnino nullam veram adaequatamque cognitionem jam habere posset, implebatur, neque illo pacto prima mentis acies obtundebatur defatigabaturque; sed in vicem istorum animus intellectusque meus obtutu rerum nutriebatur vereque erudiebatur et proinde quae qualesque res essent, prius didicit quam de conversionibus rationibusque earum inter se traditiones acciperet; ad summam equidem gaudeo me illa via progressum, mature assuevisse in vocabulis minime acquiescere, sed visionem inspectionemque rerum et cognitionem quae intuitu generatur, longe anteferre sonantibus verbis: quo quidem pacto cautum mihi fuit, ne unquam postea verba pro rebus mihi esse possent. Quamobrem istius peregrinationis jam nullo modo me poenitet."