Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem met onwederstaanbare macht tot zich lokt, al de vermogens van zijn geest bezig houdt en beheerscht. Zelf schreef hij hieromtrent:

„Onder mijn handen en veelmeer nog in mijn geest groeit er' een werk, een philosophie op, die ethica en metaphysica

tegelijkertijd moet zijn Het werk groeit aan en neemt

allengs en langzaam toe, evenals het kind in het moederlijk lichaam; ik weet niet, wat er het eerst en wat er het laatst ontstaan is, evenals bij het kind in den schoot van zijn moeder; ik ontdek het eene lid, de eene ader, het eene deel na het andere, d. w. z. ik schrijf slechts neder, zonder er mij nog veel om te bekommeren, hoe het in het geheel zal passen, want ik weet dat alles uit éénen bodem ontsproten is. Aldus ontstaat een georganiseerd geheel, en slechts dit kan leven. Ik zelf, zooals ik hier nu zit, en dien mijn vrienden kennen, begrijp den oorsprong van dit werk niet, zooals de moeder het ontstaan van het kind in haar schoot niet begrijpt. Ik aanschouw het, en zeg dan evenals de moeder: „ik ben met een vrucht gezegend." Mijn geest ontleent voedsel aan de wereld door verstand en door de zinnen; dit voedsel geeft aan het werk een lichaam; toch weet ik niet, hoe noch waarom juist bij mij en niet bij anderen, die hetzelfde voedsel genieten."

Na twee jaren te Berlijn doorgebracht te hebben, begaf hij zich, naar aanleiding van de heerschende onlusten en het krijgsgewoel, naar Weimar. Maar daar hij zich ook hier te zeer afgeleid en verstrooid gevoelde, niet het minst wegens de betrekkingen zijner moeder tot een zekeren Friedrich von Gerstenbergh, geheim-archivaris te Weimar en meer bekend onder den naam van Müller, met wien zij onder één dak leefde, verliet hij haar en zijn zuster Adèle weder, en begaf zich naar Rudolstadt, waar hij zich ver van alle oorlogsrumoer, geheel aan zijn overwegingen kon overleveren. Meer voorliefde gevoelende voor de vreedzame veroveringen door de pen, dan door de bloedige overwinningen door het zwaard, gevoelde hij zich volkomen op zijn plaats in de bekoorlijke omstreken van Rudolstadt, waar de schoonheid der natuur zelf tot nadenken stemde en hij gemakkelijk aan ue bedrijvige wereld kon ontvluchten. „In secessu meo, Rudolphipoli, equidem tenebar ineffabilibus regionum istarum amoenitatibus; a re militari natura alienissimus, gaudebam, me in illa valle, saltibus undique septa, per omnem istam tam bellicosam aestatem, ne unum quidem militem videre, neque tympana audire. In summa

Sluiten