is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denique solitudine, nulla re distractus aut sevocatus, abstrusissimis studiis et meditationibus sine interruptione vacabam." „In mijn afzondering te Rudolstadt werd ik geboeid door de onbeschrijfelijke schoonheden van die bekoorlijke landstreek; van nature wars van alle militaire zaken verheugde ik mij! te midden van die valleien, door machtige bosschen overal omzoomd, gedurende het krijgsgewoel van dien zomer, zelfs geen soldaat te zien, geen trompet te hooren. In die algeheele eenzaamheid, door niets verstrooid of afgeleid, hield ik mijn geest onafgebroken onledig met de meest afgetrokken studiën en overwegingen." Zelf gevoelde hij dan ook innig, dat het lot hem tot geheel iets anders had bestemd, dan om een gedeelte van zijn leven onder de wapenen door te brengen.

Te midden van de kalmte te Rudolstadt voltooide Schopenhauer zijn verhandeling: „Over den viervoudigen wortel van het beginsel van de voldoende reden," waaraan hij reeds te Berlijn begonnen was, en waarmede hij den 2en October van het jaar 1813 aan de Universiteit te Jena den graad van Doctor in de Philosophie behaalde; en een maand later ontmoetten wij hem weder bij zijn moeder te Weimar, waar hij tevens weder in aanraking kwam met Goethe.

Deze winter werd voornamelijk gekenmerkt door de oneenigheid welke uitbrak en een blijvend karakter aannam tusschen Arthur en zijn moeder, tengevolge van haar nog steeds voortdurende betrekkingen met Müller. Zij had hem een gedeelte harer woning verhuurd en gebruikte met hem haar maaltijden. Of en in hoeverre deze verstandhouding te laken is geweest, kan moeilijk opgemaakt worden, daar hieromtrent de meest uiteenloopende meeningen onder Schopenhauer's biografen heerschen. Haar leeftijd echter — zij had toen den ouderdom van 47 jaren bereikt, — doen veeleer aan een gewonen vriendschapsband denken, zooals zij dien weleer aangeknoopt had met Fernow, dien zij onder haar intiemste vrienden rekende, ten opzichte waarvan haar echter toch niets ten laste gelegd kan worden.

Dit is echter boven allen twijfel verheven, dat haar handelwijze Arthur, terecht of ten onrechte, aanleiding heeft gegeven, volkomen met haar „gebrouilleerd" te geraken, en haar een .afscheidsbrief' te zenden, waarvan de inhoud ons wel niet bekend is geworden, maar waarvan zijn vertrek van Weimar en de klove die bleef voortbestaan tusschen zijn moeder en hem, genoegzaam het karakter verraden.

Behalve deze toevallige omstandigheid waren moeder en zoon