is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarenboven zoo verschillend geaard, dat een langdurig samenzijn hun uiterst moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk moest zijn. De eenige karaktertrek, welke beiden gemeen was, bestond hierin dat zij gaarne onomwonden hun gedachten uitspraken, maar daar niet iedere waarheid gaarne gezegd wil worden, en niet iedereen in staat is, de waarheid koelbloedig aan te hooren, moest dit wel een toestand in het leven roepen, die voor het dagelijksche verkeer verre van aangenaam was.

In het verlies van het moederhart gevoelde Arthur zich eenigermate getroost door de vriendschap van Goethe. Reeds bij een hunner eerste ontmoetingen haalde de groote dichter die zijn „Verhandeling over den viervoudigen wortel" gelezen, en in stilte bewonderd had, hem over, om zich onder zijn leiding op de Kleurenleer toe te leggen. Daardoor geraakte Schopenhauer in levendig verkeer met Goethe, wat kort na dien aanleiding gaf tot een even levendige briefwisseling. Zooals wij later zullen zien werd deze vriendschapsband, van de zijde van Goethe althans, ten gevolge van verschil van zienswijze in diezelfde kleurenleer, verbroken.

Intusschen waren de ontmoetingen van de twee wijsgeeren niet uitsluitend aan de studie der kleurenleer gewijd, maar verdiepten zij zich tevens in andere philosophische vraagstukken waaruit Schopenhauer met voldoening verklaart overvloedige vruchten getrokken te hebben: — „qua ex familiaritate ingentem equidem incredibilemque percepi fructum." —

Goethe, van zijn standpunt, wist zoowel den man, als het karakter en den wijsgeer in Schopenhauer te beoordeelen; zijn geestesblik liet zich niet benevelen door de vriendschap welke hij jegens Arthur koesterde, wanneer hij openlijk zijn meening te kennen gaf, dat hij hem hoogachtte en zijn wijsgeerige opvattingen waardeerde.

Zoo schreef hij onder datum van 24 November 1813 aan Knebel:

„De jonge Schopenhauer heeft zich als een merkwaardig en interessant man aan mij doen kennen; u zult wellicht minder gelegenheid hebben hem te ontmoeten, maar toch moest u eens kennis met hem maken. Met een zekere scherpzinnige eigenzinnigheid is hij bezig een volkomen omwenteling in het kaartspel van onze nieuwere wijsbegeerte tot stand te brengen. Wij zullen nog af moeten wachten of de heeren van het vak hem onder hen op willen nemen; ik vind hem een scherpzinnig man en over het overige zal ik hier niet spreken."

Niet minder karakteristiek is het woord van Goethe, wat hij

3