is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het, dat niet de man de omstandigheden, maar de omstandigheden den man maken.

De omstandigheden waren Schopenhauer niet gunstig; zijn wijsgeerig kindje had reeds den leeftijd van twee jaren bereikt, toen men het nog steeds „in den wieg gesmoord" waande.

Een tweejarig stilzwijgen doet inderdaad groote vrees ontstaan voor een algeheel doodzwijgen. De toenmaals machtige stem van Hegel overschetterde die van den zwakken zuigeling; Herbart was, ondanks zijn goeden wil, zelf niet krachtig genoeg om zich als voorvechter der Schopenhaueriaaansche wijsbegeerte op te werpen, en de „philosophie-professoren" schenen algemeen de meening toegedaan, iets gewichtigers te doen te hebben, dan zich met den zwartgalligen vriend van den opgewekten en levenslustigen Goethe in te laten.

Het bleef dan ook voorloopig bij eenige onbeduidende besprekingen en kritieken, voor het meerendeel van vijandige strekking en toen hij dan eindelijk van zijn uitgever de mededeeling ontving dat het debiet van zijn werken „zeer onbeduidend" was geweest, kende zijn woede tegen de „philosophieprofessoren en de philosophasters" geen grenzen.

Deze onbehagelijke gemoedsstemming vond daarenboven voedsel in den staat van overprikkeling, waarin bij, ondanks een vluchtige en voorbijgaande liefde in Italië, ten gevolge van velerlei onaangename gebeurtenissen vervallen was.

De hier bedoelde „teedere verhouding" van den pessimistischen wijsgeer tot een minnares, die, zooals blijkt uit een schrijven van zijn zuster Adèle, „vermogend en van aanzienlijken stand" was, stond in verband met het verblijf van Lord Byron te Venetië.

Schopenhauer schreef later hieromtrent zelf aan een zijner vrienden:

„Ik had een aanbevelend schrijven van Goethe aan Byron. In Venetië verbleef ik gedurende drie maanden, terwijl ook Lord Byron zich daar ophield. Herhaalde malen had ik reeds het plan gevormd, om, gewapend met Goethe's brief, hem een bezoek te brengen, toen ik op zekeren dag dit plan geheel liet varen. Ik was met mijn beminde gaan wandelen op de Lido, toen mijn dulcinea plotseling in de hoogste opgewondenheid uitriep: „Ecco il poeta inglese!" Byron snelde te paard langs mij heen en de donna kon zich den geheelen dag niet aan dien indruk onttrekken. Ik besloot dus van Goethe's brief geen gebruik te maken.