is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

barbier; tevens droeg hij steeds een lederen schuifje bij zich, om bij het drinken van water in openbare localiteiten niet aan ziektebesmetting blootgesteld te zijn, de roeren en koppen van zijn tabakspijpen sloot hij iederen keer, na ze gebruikt te hebben, zorgvuldig weg. Uit vrees voor schijndood beval hij, dat zijn lijk langer dan den gewonen daartoe gestelden tijd open bijgezet zou worden. Bij overeenkomsten en contracten koesterde hij in den regel vrees van bedrogen te worden.

Deze ziekelijke toestand vond voedsel in het bericht dat de finantiën zijner moeder en zuster mede ten gronde gingen in de ruïne van het handelshuis, waarbij zij het grootste gedeelte van hun geld belegd hadden, een voorval, dat hem uit Italië terugriep.

Dit was het uitgangspunt van een tijdperk van besluiteloosheid, waarbij allerlei plannen zich in zijn opgezweepte hersenen verdrongen, om bij den geringsten tegenslag weder aanstonds verworpen te worden.

Te Berlijn besloot hij zich niet aan de Universiteit te habiliteeren, en richtte het aan het einde van dit boek bijgevoegde verzoek tot de philosophische faculteit.

Zooals wij reeds vroeger aanstipten, zwaaide Hegel daar den scepter, wat er in niet geringe mate toe bij moest dragen, dat Schopenhauer slechts weinig toehoorders vond. In den waan verkeerend, dat de roem van zijn „De wereld als wil" hem reeds naar Duitschland vooruit was gevlogen, zag hij zich diep teleurgesteld toen hij zelf getuige moest zijn van de meer dan geringe belangstelling, waarmede zijn wijsgeerige wereldbeschouwing ontvangen werd. De aangename herinneringen aan het schoone Italië, waar de schrikbeelden van den naijver der officieel aangestelde staats-philosophen voor zijn oogen werden weggewischt, lagen nog te versch in zijn geheugen, dan dat hij er toe kon besluiten, nog langer zijn leerstoel te Berlijn aan te houden.

In de maand Mei van het jaar 1822 verliet hij dus Berlijn, begaf zich naar Zwitserland en bevond zich in Augustus weder in Italië, waar hij zich, na een bezoek aan Milaan en Venetië, te Florence vestigde, om er den winter door te brengen.

In Mei 1823 zien wij hem weder te München, waar hij door een ernstige ziekte werd aangetast. Dit alles, voortdurende verplaatsing, afwisselende omgeving, de verwikkelingen en de zorg welke hij op zich had genomen omtrent de finantiën zijner naaste bloedverwanten, eindelijk de langdurige ziekte welke hem, zooals wij uit een hierachter volgend schrijven kunnen