is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opmaken, hevig aantastte, — dit alles was weinig geschikt om hem in de gelegenheid te verplaatsen, zijn wijsgeerigen arbeid ongestoord voort te zetten.

Na een jaar in München doorgebracht te hebben, schreef hij aan zijn vriend Osann:

„Het is nu ongeveer een jaar geleden, dat ik hier aankwam ; zes weken daarna, toen ik mijn reis wilde vervolgen werd ik aangetast door een onafgebroken voortdurende

ziekte ten gevolge waarvan ik den geheelen winter

op mijn kamer moest doorbrengen en veel geleden heb.

Sedert een maand ben ik hersteld, maar nog zoo zwak ten gevolge van overspanning mijner zenuwen, dat ik door het beven mijner handen, nu pas, en dan nog niet zonder veel moeite, uw schrijven kan beantwoorden; uitgeput sleep ik mij voort, en val overdag in slaap; tevens lijd ik aan volslagen doofheid aan het rechter oor.

Yan al deze ellenden moet het beroemde bad Grashein

in het Zuiden van Oostenrijk mij afhelpen na deze

badkuur moet ik hier weder terugkeeren, waarna ik dit helsche klimaat voor altijd vaarwel zal zeggen en naar den Rijn gaan.... Zorg in alle omstandigheden voor uwe gezondheid als voor den grootsten schat; al het overige is niets, in vergelijking daarmede."

Al hetgeen ons aangaande deze eerstvolgende jaren omtrent het leven van Schopenhauer bekend is geworden, bepaalt zich tot een nomenclatuur van steden die hij bezocht, van datums en van plannen, die hij vormde, zonder ze te verwezenlijken.

Zoo zien wij hem in Juni 1824 München verlaten, in Juli in Stuttgart, Heidelberg en Mannheim, in September van hetzelfde jaar te Dresden, waar hij, in November, aan een tot dusverre onbekend gebleven uitgever aanbood, een vertaling te publiceeren van David Hume's: „Natural history ofreligion", en „Dialogues on natural réligion", en Giordano Bruno's: „Della Causa, Principio ed Uno".

In 1825, einde April, is Schopenhauer weder te Berlijn teruggekeerd. Zijn verblijf alhier werd gekenmerkt door een voorval dat zijn verdrietelijken gemoedstoestand nog verhoogde. Hij werd namelijk gewikkeld in een proces, dat een vrouwspersoon, een 47jarige modiste, hem aandeed, na door den wijsgeer op weinig zachtaardige wijze aan de deur gezet te zijn.

Deze persoon beweerde, tengevolge dezer gewelddadige han-