Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delwijze, van de zijde van Schopenhauer in haar gezondheid schade geleden te hebben.

Deze aanklacht scheen in den beginne niet ontvankelijk verklaard te zullen worden, maar in den loop van het proces namen de zaken een keer, en werd Arthur Schopenhauer veroordeeld, de aanklaagster gedurende geheel haar leven tot op zekere hoogte een onderhoud te verschaffen.

In hetzelfde jaar 1827, waarin dit proces eindigde, verloor hij een groot deel van zijn vermogen, door een mislukte speculatie in Mexicaansche obligaties, waartoe zijn vriend. Baron Heinrich von Lowtzow, hem had aangespoord.

Te midden van al deze lotgevallen bleven dezelfde ongestadigheid en besluiteloosheid hem bij; hij kondigde weder lessen aan de Universiteit aan, maar bracht zijn plannen niet ten uitvoer daar het aantal toehoorders opnieuw uiterst gering bleek; wat hem gedurende deze periode wel het meest kenmerkte was zijn voorliefde om overzettingen te bezorgen van sommige belangrijke geschriften. Hij legde zich meer bijzonder toe op de studie van de Spaansche taal, beproefde in Engeland eenige uitgevers te winnen voor zijn plan om een Engelsche overzetting te geven van Kant's werken, vertaalde: „The Prophet of St. Pauls" en voltooide een Latijnsche overzetting van zijn kleurenleer, onder den titel: „Theoria Colorum physiologica" welke in 1830 verscheen in het derde deel van Justus Radius' „Scriptores ophthalmologici minores".

De cholera, welke in 1831 te Berlijn zoovele slachtoffers maakte, bracht een ingrijpende verandering in het leven van Schopenhauer teweeg. Uit vrees voor de gevaarlijke besmetting ontvluchtte hij in Augustus de aangetaste stad om zijn woonplaats te verleggen naar Frankfort. De ziekelijke angstvalligheid, die zoo diep wortel in hem had geschoten, moest het hare er toe bijdragen, om zoo spoedig mogelijk een plaats te verlaten, waar ellende en dood hem aan alle zijden tegengrijnsden. Zij deed hem geloof hechten aan droomen, waarin hij zich nog ditzelfde jaar met den dood bedreigd waande. Hij zelf getuigt dit in latere geschriften, in een passage van zijn „Gogitata" waarin hij zich als volgt uitdrukte:

„Deze droom droeg er veel toe bij, onï mij te bewegen bij het uitbreken der cholera in 1831 Berlijn te verlaten; hij kan hypothetisch waar, dus een waarschuwing geweest zijn; d. w. z. wanneer ik te Berlijn gebleven was, zou ik aan de cholera gestorven zijn."

Ook uit eenige brieven van zijn zuster Adèle, met wie hij

Sluiten