Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het menschelijk ras te bevorderen en te verzekeren, blijkt ten duidelijkste uit zijn Metaphysiek der Geslachtsliefde.

Of deze opvattingen hem de scherpe uitingen gedicteerd hebben, welke hij in zijn Parerga, tegen de vrouw in het algemeen, slingert, of wel omgekeerd, zijn natuurlijke afgekeerdheid van het vrouwelijk geslacht, en zijn pessimistisch karakter hem deze beschouwingen over de geslachtsliefde ingegeven hebben, zou moeilijk te beslissen zijn; maar zeker is het althans, dat velen hem, misschien met eenige overdrijving, als een vrouwenhater bestempeld hebben.

Anderzijds is dit moeilijk in overeenstemming te brengen met zijn „liaison" te Venetië, waarvan wij de zonderlinge lotgevallen, met betrekking tot Lord Byron, reeds vroeger aangehaald hebben; even weinig als met andere intieme relaties, welke hij te Berlijn aanknoopte en gedurende vele jaren onderhield, zoo zelfs dat hij deze „vriendin" nog dertig jaren later een legaat vermaakte.

Arthur scheen van jongsaf, zooals wij hierboven lieten doorschijnen, voor het coelibaat in de wieg gelegd. Had Arthur zich ooit door het huwelijk aan een vrouw verbonden, dan zouden wij daarin dezelfde verhoudingen, maar in veel hoogeren graad, waargenomen hebben, welke wij aantroffen bij Johanna, zijn moeder, tegenover Heinrich Floris.

De ongehoorde werkzaamheid van zijn geest, die al zijn zinnen absorbeerde, zoodat hij zelfs te midden van de grootste bedrijvigheid een afgetrokken leven leidde, ziende en toch niet bemerkende wat er om hem heen geschiedde, hoorende en toch niet luisterende naar het gedruisch der wereld, zou zijn aandacht geheel in beslag genomen hebben, en hem de vrouw, die aan zijn zijde door het leven schreed, hebben doen beschouwen als zijn onvermijdelijke schaduw, waarop hij zelfs niet dacht acht te slaan; wie van beiden onder dezen toestand het meest geleden zou hebben, zou moeilijk gezegd kunnen worden: misschien beiden evenveel!

Dat Schopenhauer dit zelf wijselijk begrepen heeft, blijkt uit het feit dat hij geheel zijn leven ongehuwd is gebleven; menigmaal ook geeft hij als zijn vaste overtuiging te kennen, dat ernstige geestesarbeid, afgetrokkenheid des geestes veroorzaakt, dat ongestoorde werkzaamheid des geestes onvereenigbaar is met afleidingen van vrienden, maatschappelijk verkeer, vrouwen, en beslommeringen van den huiselijken haard, waarbij zelfs het beste karakter schipbreuk lijdt; een dergelijke geest vindt zijn volmaakt geluk geheel in zichzelf alleen, en gevoelt

Sluiten