Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar ook uitwendige eenzaamheid zijn de oorzaak van zijn menschenvijandige gezindheid; men kan alleen zeggen dat zij deze laatste in het leven hielden. Had hij ten zijnen tijde de verdiende erkenning mogen genieten, dan zou de bitterheid, die zijn gemoed vervulde, reeds vroeger verdwenen zijn."

Hieruit mogen wij besluiten dat de bewering van Schopenhauer, als zou een karakter onveranderlijk zijn, het allereerst gelogenstraft wordt door het karakter van Schopenhauer zelf. Uitwendige factoren kunnen en moeten beschouwd worden, hierin een bijzonder groote en gewichtige rol te spelen.

Weinige schrijvers zijn inderdaad zoo volmaakt doodgezwegen geworden als Schopenhauer; goedschiks, kwaadschiks moest hij er in berusten; hij deed het op de laatste wijze, door al de gal van zijn pessimisme uit te storten over de „philosophasters" en bleef intusschen hopen op de toekomst en het nageslacht.

Hij berustte er zelfs in, zonder zich te laten ontmoedigen, want in het jaar 1833 schreef hij een nieuwe voorrede voor de tweede uitgave van „De wereld als wil en voorstelling", welke luidt als volgt:

„Mijn tijdgenooten waren zooals alle tijdgenooten; hoe dit verstaan moet worden, behoef ik mijn gelijken niet te zeggen ; zij weten het; de overigen zullen het echter nooit erkennen noch toegeven. Het goede wat hieruit voortvloeide was, dat de uitgever van een groot gedeelte der eerste oplage pakpapier maakte, waardoor de gelegenheid ontstond nog bij mijn leven een tweede uitgave te bezorgen, terwijl ik haar zelf kon redigeeren en verrijken met hetgeen ik in den loop van een onopgemerkt en dientengevolge ongestoord leven nog verder gedacht en gevonden heb.

Dat mijn tijdgenooten echter toch niet gelooven, dat ik nu voor hen arbeid; wij hebben niets met elkander uitstaande; wij kennen elkander niet, wij gaan vreemd langs elkander voorbij. — Ik schrijf voor die enkelen, die, aan mij gelijk, hier en daar in den loop der tijden leven en denken, slechts door hun nagelaten werken met elkander in communicatie staan, en daardoor de een den ander tot troost is."

Het is echter niet tot een tweede, vermeerderde uitgave gekomen; Schopenhauer werd er van weerhouden door de mededeeling van zijn uitgever, dat opnieuw een groot gedeelte van de eerste uitgave denzelfden weg was opgegaan als het vorige; inplaats daarvan vervaardigde hij een klein geschrift, „Over den Wil in de Natuur", in de hoop althans hierdoor

Sluiten